Home Beroeps Valkerij De Valken Video Loerdraaien Valkerij Galerij Contact


Valken in

 

Er zijn in de wereld nogal wat roofvogels en uilen en ze zijn natuurlijk allemaal te trainen. Het aantal soorten vogels dat gebruikt wordt in de valkerij en bij demonstraties is gelukkig te overzien.

Vogels zijn gewervelde dieren en vallen onder de klasse Aves. Zo’n negen duizend species zijn dan verder opgedeeld in ordes die te herkennen zijn aan hun toevoeging zoals bv. –formes. Toch zijn er door DNA onderzoek weer wat twijfels gerezen over de classificatie van sommige vogels. Zo blijkt dat de Falconiformes (valken, haviken, arenden etc.) nauw verwant zijn aan de Ciconiiformes (ooievaars). De ordes zijn onderverdeeld in families. Wil je alles helemaal precies weten kijk dan op de lijst Taxonomie Roofvogels.

Het gebruik van de Latijnse namen is van belang als we kontakten hebben over de landsgrenzen. In Amerika noemt men de Roodstaartbuizerd een Red Hawk. Verwarrend want het is toch een buizerd en geen havik. Kijken we dan naar de Latijnse naam wordt duidelijk dat het inderdaad een Buteo is. Nog een verwarrend voorbeeld is de Chiliarend. De Duitsers gebruiken namen als Aguja of Blaubussard of Blauadler of Kordillerenadler en de Engelsen noemen deze roofvogel black-chested buzzard-eagle of Grey buzzard. Kijk, dan is het fijn te weten dat het een Geranoaetus melanoleucus is zodat we weten over welke roofvogel we het hebben.

In dit hoofdstuk zullen we de meest gangbare roofvogels die door valkeniers en demonstratieteams worden gevlogen bespreken wat natuurlijk niet inhoud dat dit een aanbeveling is. Een avontuurlijke geest beleeft spannende momenten.

In hoofdlijnen verdelen we binnen de valkerij de roofvogels in twee categorieën: de hoge en de lage vlucht. Dit heeft te maken met de wijze van jagen en de soort prooi die ze jagen. De ornithologische benadering geeft een duidelijker beeld van de indeling.

Taxonomie van roofvogels

Strigiformes (nachtroofvogels): 2 families

Falconiformes (dagroofvogels): 5 families

 

Identificatie van roofvogels

Onder de roofvogels zijn nogal wat rode lijst soorten en daarom heeft de overheid bepaald dat altijd de herkomst van deze dieren moet kunnen worden aangetoond. Nu zijn er verschillende mogelijkheden en ondanks de Europese wetgeving willen de verschillende landen in Europa nog wel eens hiervan afwijken. De ring moet altijd een gesloten pootring zijn. Die kun je alleen maar aanbrengen als de roofvogel nog een kuiken is. Hierdoor bewijs je dat de roofvogel uit kweek en niet uit wildvang (uithorsten van nesten) afkomstig is. Nu kan daarmee natuurlijk ook gefraudeerd worden en daarom zal het DNA profiel steeds belangrijker gaan worden. Daarvoor heb je namelijk het ouderpaar nodig en dat wordt in het wild al een stuk moeilijker.

De microchip is door de jaren zo verbeterd dat er geen reden meer is om een vogel niet te laten chippen. De chip wordt ingebracht aan de zijkant van de borstspier, zeg maar onder de oksel. 

 

Hoge vlucht

Hieronder bedoelen we alleen de valken (Falconidae). Langvleugelig met donkere ogen en veelal een korte staart. De wijze van jagen is hoog in de lucht op veerwild (duif, kraai maar ook lager patrijs ed.). De term komt uit de Hollandse school want hiermee bedoelde men het jagen op de reiger. Hiervoor stegen de valken erg hoog om boven de reigers te komen zodat zij die naar beneden konden dwingen. De andere jachtvorm met valken is aanwachten, een techniek uit de Engelse school. Hierbij zoekt de valk voldoende hoogte om uit het veld opgejaagde prooien zoals fazant of patrijs door hun duikvlucht te kunnen stoten (met enorme klap raken) zodanig dat daarmee de prooi direct dood is of in ieder geval helemaal de weg kwijt is. Het stoten op de prooi doen de valken met hun talon en soms ook wel met de klauw als een gebalde vuist. Verder worden valken ook van de valkeniershandschoen gevlogen om prooi te achtervolgen zoals bij de jacht op kraaien.

Zoals dat altijd gaat zijn er natuurlijk ook hier weer afwijkingen van de algemene regel. De subarctische Geervalk kan het zich niet veroorloven een al te kieskeurig eter te zijn. In die koude gebieden moet je als valk vooral goed eten en als er even geen veerwild voorhanden is dan zal de Geervalk met gemak jagen op haarwild zoals lemmingen en konijnen.

De valkeniers in de middeleeuwen wisten dit en gebruikte de Geervalk dan ook wel bij de jacht op konijn en haas. Hierbij werkte de geervalk samen met een kleine windhond. Zijn taak was het om het haas dood te bijten zodra de valk deze te pakken had. Hiermee beschermde de hond de valk tegen de harde trappen die een haas kan uitdelen.

De Engelse benaming ‘longwings’ in het Nederlands ook wel spits of lang vleugeligen genoemd is eigenlijk beter om de valken familie te omschrijven.

De methode om deze roofvogels te trainen is op de loer. Doordat hun vleugels lang en smal zijn en de staart ook niet erg breed is landen deze roofvogels niet bijster elegant op de valkeniershandschoen; ze remmen niet zo best af en klappen dan op de handschoen. In het hoofdstuk over de training wordt duidelijk welke functie de loer heeft.

 

Valken

Voor de valkerij zijn met name de grotere valken soorten in trek. Hoewel er natuurlijk wel mee wordt gevlogen zijn de Torenvalken geen jachtvogels tenzij er muis op het menu staat. Om te jagen gebruiken valkeniers de volgende grote valken en hybrides. De reden om te kiezen voor een hybride kan zijn vermenging van eigenschappen maar ook het voorkomen van ziektes. Zo weten we dat met name de Geervalken nogal gevoelig zijn voor Aspergillose, een schimmel infectie op de luchtwegen.

 

Torenvalk (Falco tinnunculus)

De Torenvalk is geen geschikte vogel voor de valkerij omdat hij zelden iets vangt, en als hij al iets vangt is het meestal een klein knaagdier. Het is zeker geen vogel voor een beginner vanwege zijn lage gewicht. Toch wordt hij soms gebruikt als eerste valk. Wanneer iemand reeds ervaring heeft met vogels van de lage vlucht kan hij het huiven aanleren met een Torenvalk, en al wat oefenen met een loer als voorbereiding op een grotere valk.

Torenvalken laten zich vaak gemakkelijk trainen, hoewel sommige met weinig enthousiasme op de loer stoten (zij jagen in het wild hoofdzakelijk op muizen). Men kan hen ook leren bidden. Helaas wordt een Torenvalk vaak gezien als een valk die geschikt is voor kinderen wat in de meeste gevallen leidt tot de dood van de vogel.

 

 

Smelleken (Falco Columbarius)

Deze kleine roofvogels zijn enkel te trainen door ervaren valkeniers. Ze hebben een snel metabolisme en hun trainer moet de kennis en tijd hebben om ze tweemaal per dag te wegen, te voeden en best ook te vliegen. Het wegen moet precies gebeuren, een uur tijdsverschil kan het gewicht en dus ook de prestatie beïnvloeden. Het dieet is ook belangrijk, eendagskuikens bevatten te weinig proteïnen. Muizen, aangevuld met andere voedzame vleessoorten zijn ideaal, 's Morgens voedt men de vogel het best met vlees dat geen materiaal bevat voor een braakbal.

De training van een Smelleken gaat meestal snel, maar is daarom nog niet gemakkelijk. De gewichtscontrole is een moeilijk punt en de valkenier moet goed kunnen loeren en tegen de sterke neiging van de vogel om een prooi weg te dragen (trossen) op kunnen. Huiven is nuttig maar niet essentieel, ze worden snel tam en meestal niet direct uit de huif gevlogen.

Zodra het Smelleken op de vuist eet zou het, in tegenstelling tot andere valken, moeten leren vanaf korte afstand naar de hand te komen. Dit kan later zeer nuttig zijn in het jachtveld. Wanneer het Smelleken op een loertje wordt gezet, kan het al snel vele aanvallen beginnen te doen in één sessie, als de valkenier tenminste kan volgen. Wanneer men tussenbeide komt op de loer moet men er speciaal op letten dat het eten op de handschoen er altijd smakelijker uitziet dan dat op de loer. Zo zal bij de jacht de valk op zijn prooi uitkijken naar de komst van de valkenier.

Smellekens baden graag vóór het vliegen, soms meermaals per dag. Traditioneel werd met het Smelleken op veldleeuwerik gejaagd.

Een Smelleken kan vele malen per dag gevlogen worden, maar moet altijd extra voedsel krijgen na hard werk. Tijdens de winter is het goed hem los te laten in een volière, het best met een eventuele partner, zodat ze misschien paren de volgende lente.

 

Slechtvalk (Falco peregrines) – wereldwijd voorkomend

Het woord ‘slecht’ komt via het Duitse woord ‘schlicht’ wat, eenvoudig, betekend. Ook wel pelgrimsvalk genoemd vanwege zijn lange zwerftochten. De Slechtvalk onderscheidt zich van de andere valken door zijn wijze van jagen. Het is een stootvogel pur sang. Prooi achtervolgen zal de Slechtvalk minder snel doen dan bv. de Sakers. Zeker geen valk voor een beginnende valkenier. De Slechtvalk staat bekend om zijn moed en volharding tijdens de jacht. In Nederland de enige valk die voor de jacht is toegestaan (momentopname 2006).

Binnen de valkerij wordt er volop gediscussieerd over de verschillende slechtvalk ondersoorten en hun vermeende kwaliteiten. Daarom volgt hier een overzicht met de locatie waar ze voorkomen.

F. p. peregrinus: Europa, noord Rusland, Mediterraan gebied en de Kaukasus.

F. p. calidus: noord Rusland, noord Siberië, Lapland. Migreert tot Zuid Afrika en Nieuw Guinea.

F. p. japonensis: Oost Siberië, Kurile Eilanden. Migreert naar Japan, Riu Kiu en Taiwan.

F. p. brookei: Mediterraan gebied, van Spanje en Marokko tot aan de Kaukasus.

F. p. pelegrinoides: (barbarijse) Noord Afrika.

F. p. babylonicus: (red-naped shaheen) De centrale woestijn- en steppegebieden in Azië, van Irak en Iran tot Mongolië. Migreert naar India.

F. p. peregrinator: (black-naped shaheen) Van India en Sri Lanka tot China en Taiwan.

F. p. minor: Afrika ten zuiden van de Sahara.

F. p. paelei: (Peale's) Van Noord Kurile Eilanden, Aleutians tot Queen Charlotte Eilanden. Migreert naar Californië.

F. p. anatum: Noord Amerika. Migreert naar Centraal en Zuid Amerika.

F. p. cassini: Chili, van Atacama zuidelijk naar Tierra del Fuego en de Falkland eilanden.

F. p. macropus: Australië, behalve het zuidwesten.

F. p. submelanogenys: Zuidwest Australië.

F. p. madens: Kaap Verdische Eilanden.

F. p. radama: Madagaskar en Comoranen.

F. p. fruitii : Vulkaan Eilanden.

F. p. ernesti: Indonesië, Filippijnen, Nieuw Guinee.

F. p. nesiotes: Nieuwe Hybriden, Loyalty Eilanden, Nieuw Caledonië.

 

Geervalk (Falco rusticolus) – Noordelijk halfrond subarctisch (Europa, Azië, Amerika)Gier x Saker valk tarsel Teun na de vlucht

Deze grootse onder de valken wordt ook giervalk genoemd. Vooral de IJslandse en Groenlandse (witte) Geervalk waren vroeger een statussymbool van de adel. Ze zijn nauw verwant aan de Saker- en Lannervalk. Zelfs zo verwant aan de Saker dat er in het wild hybride Geer x Sakers voorkomen en er zijn biologen die menen dat het misschien toch dezelfde soort is. De Groenvalk (candidans) is geheel wit en werd op IJsland ingevangen waar ze overwinteren. Net als de Slechtvalk zeker geen beginners vogel. Temperamentvolle maar bijzonder trouwe valken, die soms lange tijd hoog in de lucht verdwijnen verlangen, van de valkenier een sterk hart. Niet twijfelen en de plek verlaten maar blijven draaien met de loer soms wel een ½ tot 1 uur en plots als een raket komt de valk uit het niets te voorschijn alsof er niks aan de hand is.

 

Sakervalk (Falco cherrug) – Centaal Azië Sakervalk wijf Wiske met huif op blok

Woestijnvalk wordt, naast de Geervalk, graag gevlogen door de Arabieren. Nauw verwant met de Geer- en de Lannervalk. Wordt ook wel de continentale valk genoemd. Minder moeilijk te trainen dan de Slechtvalk maar wel bijzonder eigenzinnig. Dagenlang prachtig appèl om plots de valkenier totaal te negeren. Deze plotselinge ommezwaai kan mogelijk verband houden met hun migratie instinct. Krachtige vliegers die soms de neiging hebben te gaan zitten als er bomen in de buurt zijn. Zoals bij de meeste valken zijn de tarsel makkelijker. Schrik niet als je Sakervalk in het spitshuis of de volière op de bodem ligt. Als een van de weinige valken zul je ze dit vaak zien doen.

 

Lannervalk (Falco biarmicus) – Afrika, Middellandse Zee, klein Azië

Een valk die weinig energie verbruikt in de vlucht. Deze woestijnvalk is, door een groter vleugel oppervlak (lagere vleugelbelasting), goed in staat te zeilen over lange afstanden om zo ook bodemprooien te verrassen. Ook wel de zachte valk genoemd (lana = wol). Valken met een fijn karakter die, voor de beginnende hoge vlucht valkenier, zeker is aan te raden. Door hun aangename temperament leren ze de valkenier de omgang met valken als geen andere valk dat kan. Wees wel voorzichtig met gewichtmanagement vooral bij de tarsels omdat dit lichte vogels zijn en fouten onherstelbaar letsel kunnen veroorzaken. Starters nemen daarom beter een wijf. Voor de jacht minder geschikt omdat ze voornamelijk de kleinere vogels jagen. Net als de Luggervalk een fijne vogel voor valkerij demonstraties.

 

Luggervalk (Falco Jugger) - India

Temperamentvol als Prairievalken en verwant aan de Geervalk zijn ze, met wat extra geduld te trainen tot fijne vliegers en gewillige jagers hoewel de prooikeuze de wat kleinere vogels betreft. Ze staan bekend om hun goede loerbinding. Worden dan ook graag gebruikt bij valkerij demonstraties. Dit is naast de Lannervalk een kandidaat voor iemand die na de lage vlucht met de hoge vlucht wil starten. Ze zijn wat ‘harder’ dan de andere valken en verdragen wat beter de fouten die aspiranten kunnen, en ongetwijfeld, zullen maken.

 

Prairievalk (Falco mexicanus) – Noord Amerika, Mexico

Temperamentvolle valk alleen geschikt voor valkeniers met een eindeloos geduld. Een vorm van zelfkastijding zou ik deze doerakken noemen. Bijzonder moedige maar daardoor ook hardnekkige valk. Voor de jacht zeer geschikt en bijna vergelijkbaar met de slechtvalk. In Amerika jagen de valkeniers ermee op de zelfde prooien als met de slechtvalk.

 

 

 

Hybride valken

Wat zijn hybride valken? Vergelijk het maar met de kruising tussen een paard en een ezel. Er ontstaat dan een muilezel die van beide ouders iets in zich heeft. Dit wordt ook met valken gedaan. Kruisingen zoals Slechtvalk x Geervalk maar ook naar volgende generaties waardoor je hybridevormen krijgt zoals Geer x Slecht x Lanner. Soms zijn ze onvruchtbaar maar niet altijd. Kweken kan alleen via inseminatie omdat ze elkaar paargedrag niet herkennen.

Afgezien van belachelijke experimenten (bv. Torenvalken met Slechtvalken) kunnen hybridisaties soms een fantastische roofvogels opleveren. Ook kunnen de risico’s voor soort specifieke aandoeningen soms worden verminderd hoewel ik daar mijn twijfel over heb. Een Gier x Sakervalk van ons liep een Aspergillose infectie op terwijl zijn buren, 2 Sakers, nergens last van hadden. We weten dat geervalken daar gevoelig voor zijn dus de helft Saker heeft hem daarvoor niet behoed.

Puriteinen zijn mordicus tegen hybrides maar als we eerlijk zijn moeten we toch toegeven dat de mens altijd met de natuur heeft geknoeid.

 

 

Greifvogel

 

 

Terug naar boven...
Terug naar boven...